De crisis is een kans. Om de democratie een nieuw elan te verlenen. Om burgers te betrekken bij de vernieuwing van hun democratie. En om politici de betrokkenheid en prioriteiten van de burgers te doen kennen. (uit het G1000 manifest)

Op vrijdag 11 november komen in Brussel 1000 gewone Belgische burgers samen om te praten over de toekomst van ons land. De G1000, een redelijk gemediatiseerde poging om burgers rechtstreeks bij de politieke besluitvorming te betrekken, kan rekenen op sympathie, meesmuilend leedvermaak, nieuwsgierigheid en cynisme in gelijke porties. De G1000 ontstond uit een mengeling van ongeloof, colère en overmoed bij een handvol mondige burgers die het politieke getreuzel en de amechtige navelstaarderij van onze politieke elite niet meer kon aanzien. Naast de frietrevoluties, de camping 16 en de baardgroeiers en Gentsch volksvermaak leek het de minst ludieke poging om na te denken over een alternatief voor het ontspoorde en machteloze politieke bestel.
Allengs werd ook de G1000 geconfronteerd met het meedogenloos en perspectiefloos niet-denken van media en politiek: het komt van links, het kost teveel geld, het is niet meer nodig want er is een regering op komst, het zal ook weer nergens naar toe gaan, wat baat het, wie zal naar hen luisteren etc. De G1000 wordt door de gevestigde orde graag weggezet als richtingloos geneuzel in de marge, zoals bijna iedere poging om greep de krijgen op de ineenstorting van het ‘systeem’ weggelachen wordt door diegenen die vruchteloos aan het roer van de macht rukken. Week na week worden we geconfronteerd met het theater van het onvermogen op lokaal, regionaal, nationaal, europees en mondiaal niveau: overal legt de klassieke politieke kaste het af tegen een economisch ‘logica’, als ze er al niet door in leven gehouden worden. Specialisten uit alle hoeken van dit krakende continent leggen ons tot bloedens toe uit dat het marktsysteem, de grote economische conglomeraten en de machteloze politiek zich al lemmingen richting afgrond spoeden, driftig grabbelend in de lege schakisten van uiteenvallende staten, verontwaardigd kraaiend dat hen geen schuld treft, neen, ze hebben zelfs erger voorkomen. De wereldwijde chaotische verontwaardiging komt hen voor als de ondankbare kortzichtigheid van het klootjesvolk dat sowieso niet echt beter verdient, toch? Ook hier te lande heerst het cynische en nihilistische eigenbelang van partijen zonder plan, bedrijven en hun groot kwartaalgelijk, desnoods (en tegenwoordig zelfs in de eerste plaats) ten koste van de samenleving in wiens naam veel van die machteloze machthebbers denken te moeten, kunnen of mogen spreken. ‘Niet in onze naam’ riep men nog een tijd terug…
Misschien is de tijd toch gekomen dat ze teruggefloten worden, onze vertegenwoordigers des volks, dat we anderen manieren zoeken om onze samenleving en democratie aan te sturen, dat we greep krijgen op ons eigen leven. Dat we met Arabische lentes, indignados, Straten Generaals, buurtwerkgroepen, transitiebewegingen, middenvelders, studenten en bewuste burgers naar onze bestuurders toestappen en hen uitleggen dat de wereld veranderd is in een gigantisch dorp en dat we ook in dat dorp manieren moeten vinden om samen te leven, niet apart. Dat dit een planeet van mensen is, niet van consumenten en dat deze planeet zijn grenzen heeft en dat die al lang in zicht zijn. En dat er niet moet nagedacht worden in naam van onze kinderen maar vooral in naam van onze kinderens kinderen. Dat gaat dus pijn doen. En heel veel mensen weten en ondervinden dat. Veel verstandige mensen weten ook wat je daar kan aan doen, maar wie in dit continent nu aan de macht is, denkt blijkbaar alleen aan het volgende kwartaal, de volgende verkiezing en “de markt”, dat machtig en ongrijpbaar monster. Terwijl het gewoon over georganiseerde misdaad gaat, witteboordencriminelen die met toestemming van een politiek klasse de samenleving ontwrichten. Die politieke klasse is medeplichtig en slaagt er niet in met alternatieven voor de dag te komen, niet voor het bijsturen van het wilde kapitalisme, niet voor zijn eigen functioneren, niet voor het vastlopend maatschappelijk raderwerk.
De G1000 zal geen komaf maken met dat systeem, maar kan wel helpen om het debat te verleggen naar de échte vragen en tegen de arrogantie van de huidige politieke en economische beslissers, tegen de afkeer van mensen voor hun eigen samenleving, tegen de onverschilligheid én tegen de perceptie ingaan dat engagement van de G1000 neutraal zou (moeten) zijn. De G1000 kan en mag niet neutraal zijn, net als alle andere pogingen die ondernomen worden om het huidige bestel duidelijk te maken dat wild kapitalisme niet de beste manier is om onze democratie te revitaliseren. Het vraagt veel goesting, visie, lef en doorzettingsvermogen om iets nieuws te bedenken. Iets waardoor je mensen weer doet geloven dat ze iets betekenen in hun eigen straat en staat. Iets waardoor de dingen weer leef- en leesbaar worden, waardoor we met minder meer bereiken. En later niet met beschaamde kaken moeten toegeven dat we de generatie waren die het hebben zien gebeuren en die er niets aan gedaan hebben.
U vraagt zich nu misschien af wat een kunstencentrum als Vooruit in dit verband kan, wil of mag doen. Waar wij ons mee moeien en of dat ergens heengaat. Wij denken van wel.
Read more…